ECLI:NL:HR:2010:BK3119
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende had voor de periode van 19 augustus 2005 tot en met 18 november 2005 motorrijtuigenbelasting op aangifte voldaan. Tegen dit bedrag maakte belanghebbende bezwaar, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Vervolgens verklaarde de Rechtbank Arnhem het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigde het Hof Arnhem deze uitspraak in hoger beroep.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en voerde twee middelen aan. De Advocaat-Generaal concludeerde tot gegrondverklaring van het cassatieberoep, vernietiging van het arrest van het Hof en verwijzing naar een ander gerechtshof. De Hoge Raad oordeelde echter dat de aangevoerde middelen faalden op dezelfde gronden als in een gelijktijdig arrest en verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
De Hoge Raad legde geen proceskostenveroordeling op en bevestigde daarmee de uitspraak van het Hof Arnhem. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vier raadsheren op 10 september 2010.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het arrest van het Hof Arnhem bevestigd.