ECLI:NL:HR:2010:BK3361
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep verontschuldigbare dwaling bij ontucht met minderjarige
De verdachte werd veroordeeld voor ontucht met een elfjarig meisje, terwijl hij zelf veertien jaar was ten tijde van het tenlastegelegde feit. Hij voerde verontschuldigbare dwaling aan, stellende dat hij niet wist dat het slachtoffer jonger was dan twaalf en dat hij de leeftijdsgrens niet kende.
Het hof verwierp deze verweren, stellende dat de wetgever de leeftijd van twaalf jaar heeft geobjectiveerd ter bescherming van jonge personen en dat het beroep op rechtsdwaling hoge eisen kent. Het hof achtte niet aannemelijk dat verdachte verontschuldigbaar heeft gedwaald over de leeftijd van het slachtoffer en dat hij niet behoefde te weten dat seksuele handelingen met iemand onder twaalf strafbaar zijn.
De strafmotivering vermeldde dat verdachte een cognitieve beperking en ADHD heeft, wat leidde tot verminderde toerekeningsvatbaarheid. Desondanks oordeelde het hof dat dit geen reden was voor ontslag van rechtsvervolging. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en verwerpt het cassatieberoep, waarmee de veroordeling blijft staan.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de veroordeling voor ontucht met een minderjarige.