Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof de bewezenverklaring onvoldoende met redenen heeft omkleed, althans de verdachte ten onrechte niet van alle rechtsvervolging heeft ontslagen.
Beoordeling
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een vijftienjarige verdachte die samen met andere jongens seksuele handelingen heeft verricht met een dertienjarig meisje in twee woningen te Capelle aan den IJssel. Het hof heeft vastgesteld dat de handelingen een ontuchtig karakter hebben in de zin van art. 245 Sr Pro en dat sprake is van medeplegen. Ondanks bewezenverklaring legde het hof geen straf of maatregel op vanwege toepassing van het rechterlijk pardon (art. 9a Sr), mede gelet op de jeugdige leeftijd van de betrokkenen en het niet volledig kunnen overzien van de gevolgen.
De verdachte en medeverdachten waren allen in de puberteit en verkeerden in een fase van seksueel experimenteergedrag. Het slachtoffer had voorafgaand aan de feiten seksueel wervend gedrag vertoond en zelf initiatieven genomen. Het hof vond dat de verdachten weliswaar strafbaar waren, maar dat de normoverschrijding mede door groepsdruk en de jeugdige leeftijd van de partijen minder zwaar moest worden beoordeeld.
De Procureur-Generaal concludeerde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat geen sprake is van verontschuldigbare dwaling en dat de bewezenverklaring voldoende is gemotiveerd. Het cassatieberoep faalde omdat het hof niet heeft vastgesteld dat de verdachte strafrechtelijk niet verwijtbaar heeft gehandeld. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp cassatieberoep en bevestigde dat verdachte strafbaar is voor medeplegen ontuchtige handelingen met minderjarige, maar geen straf werd opgelegd vanwege rechterlijk pardon.