ECLI:NL:HR:2010:BK3526
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter- van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest milieudelicten zonder vergunning en vergunningsvoorschriften rechtspersoon
In deze zaak stond de strafrechtelijke aansprakelijkheid van een rechtspersoon centraal die een op- en overslagbedrijf exploiteert in het Amsterdamse havengebied. De verdachte werd verweten zonder vereiste vergunning kolen in oppervlaktewater te hebben gebracht (zaak A), vergunningsvoorschriften niet te hebben nageleefd op haar terrein (zaak B) en afvalwater te hebben geloosd dat niet aan vergunningseisen voldeed (zaak C).
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de verdachte als rechtspersoon verantwoordelijk werd gehouden voor het zonder vergunning handelen onder zaak A. Voor zaak B stelde de Hoge Raad vast dat het hof niet had vastgesteld of de verdachte feitelijk zeggenschap had over de overtredingen die door onderhuurders werden gepleegd, mede omdat de privaatrechtelijke afspraken tussen partijen ontbraken in het dossier.
Voor zaak C was het hof wel tot het oordeel gekomen dat de verdachte de feitelijke zeggenschap bezat en de overtreding kon voorkomen en beëindigen, wat door de Hoge Raad werd bevestigd. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het de zaken A en B betrof en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: Arrest vernietigd voor milieudelicten zonder vergunning en overtreding vergunningsvoorschriften, terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.