ECLI:NL:PHR:2010:BK3526
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over strafrechtelijke aansprakelijkheid rechtspersoon bij milieudelicten en zeggenschap
Deze zaak betreft de strafrechtelijke aansprakelijkheid van een rechtspersoon voor milieudelicten, waaronder het zonder vergunning lozen van kolen in oppervlaktewater en overtredingen van vergunningsvoorschriften op een bedrijventerrein dat deels werd verhuurd aan andere ondernemingen.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor toerekening van strafbare gedragingen aan rechtspersonen, waarbij de mate van feitelijke en juridische zeggenschap over de inrichting en de mogelijkheid om overtredingen te beëindigen centraal staan. Het hof had onvoldoende gemotiveerd dat verdachte zeggenschap had over de overtredingen gepleegd door de onderhuurders, waardoor de bewezenverklaring voor die feiten niet standhoudt.
Voor wat betreft de lozing van afvalwater die de vergunning overschreed, was wel sprake van zeggenschap en verantwoordelijkheid van verdachte, zodat die bewezenverklaring standhoudt. De Hoge Raad vernietigt het arrest voor de feiten zonder vergunning en de overtredingen door onderhuurders en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.
De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke motivering over zeggenschap bij de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen voor milieudelicten en bevestigt dat de vergunninghouder verantwoordelijk is voor naleving, tenzij hij geen zeggenschap heeft over de overtredingen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het zonder vergunning lozen van kolen en overtredingen door onderhuurders wegens onvoldoende motivering over zeggenschap, en de zaak wordt terugverwezen.