ECLI:NL:HR:2010:BK4994
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid voor creditcardfraude conform art. 6:170 BW
PeHa Holding B.V. werd door International Card Services B.V. (Visa) gedagvaard wegens een vordering van €60.121,46 met betrekking tot creditcardfraude. De rechtbank Alkmaar veroordeelde PeHa tot betaling van dit bedrag met rente en kosten. PeHa stelde hoger beroep in, waarop het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigde maar PeHa alsnog veroordeelde tot betaling van een iets lager bedrag van €60.021,99.
PeHa stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee de aansprakelijkheid van PeHa Holding B.V. voor de creditcardfraude en veroordeelt haar in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van Visa nihil werden begroot. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer onder voorzitterschap van vice-president J.B. Fleers.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aansprakelijkheid van PeHa Holding B.V. voor creditcardfraude.