ECLI:NL:PHR:2010:BK4994
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van werkgever voor creditcardfraude werknemer op grond van artikel 6:170 BW
In deze zaak stond de vraag centraal of PeHa Holding B.V. aansprakelijk is voor de schade die voortvloeit uit het frauduleuze handelen van een werknemer, die met een vervalste handtekening de bestedingslimiet van een corporate creditcard verhoogde. De rechtbank wees de vordering van Visa toe, en het hof bevestigde dit oordeel.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van PeHa verworpen. Uit het dossier blijkt dat de werknemer de kaart gebruikte in het kader van zijn werkzaamheden en dat PeHa de beschikking had over de zaken, gegevens en bescheiden die door de werknemer werden gebruikt. Dit functionele verband maakt PeHa aansprakelijk op grond van artikel 6:170 BW Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat de door Visa geleden schade, zijnde het bedrag van de limietoverschrijding, door PeHa moet worden vergoed. Contractuele rente werd afgewezen, maar wettelijke rente vanaf 15 september 2003 werd toegewezen. Klachten van PeHa over de motivering van het hof werden verworpen wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing. Daarmee is de aansprakelijkheid van de werkgever bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van PeHa voor de door werknemer veroorzaakte frauduleuze limietoverschrijding en veroordeelt PeHa tot vergoeding van € 12.918,85 met wettelijke rente.