ECLI:NL:HR:2010:BK5618
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevel tot behandeling getuigenverhoor met gesloten deuren wegens ordeverstoringen
In deze cassatiezaak stond de vraag centraal of het hof terecht had besloten een getuige achter gesloten deuren te horen. Tijdens het hoger beroep constateerde het hof ordeverstoringen door personen op de publieke tribune tijdens het verhoor van een eerste getuige. Op grond hiervan gaf het hof bevel tot sluiting der deuren voor het aansluitende verhoor van een tweede getuige, in het belang van de openbare orde.
De verdachte verzette zich tegen deze maatregel, stellende dat uit het proces-verbaal niet bleek dat er ordeverstoringen hadden plaatsgevonden die dit rechtvaardigden. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof voldoende feitelijke grondslag had voor het bevel, mede gelet op de eerdere verstoringen tijdens het verhoor van de eerste getuige. Het bevel tot behandeling met gesloten deuren was in overeenstemming met art. 269 Sv Pro en werd bovendien gemotiveerd in het proces-verbaal.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof dat de maatregel noodzakelijk was ter bescherming van de openbare orde en de goede rechtspleging. Het arrest benadrukt het belang van een afgewogen toepassing van art. 269 Sv Pro en de ruimte die het hof heeft om in bijzondere omstandigheden de openbaarheid te beperken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het bevel tot het horen van de getuige achter gesloten deuren.