ECLI:NL:HR:2010:BK6326
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Cassatie over uitleg artikel 13 Flora- en faunawet inzake verboden handel beschermde diersoorten
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd vervolgd voor het bezit en de handel in beschermde diersoorten, specifiek fazanten, in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 13, eerste lid, dat het verboden stelt om beschermde inheemse en uitheemse diersoorten te koop aan te bieden, te bezitten en te verhandelen. De verdediging voerde aan dat het wetsartikel anders moest worden uitgelegd, waarbij zij een andere lezing voorstond dan het hof had gehanteerd.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof de juiste redactionele uitleg van artikel 13 had Pro gegeven, waarbij de verboden gedragingen zowel betrekking hebben op beschermde inheemse en uitheemse soorten als op niet-beschermde uitheemse diersoorten, conform de officiële Staatsbladtekst en de toelichting van de Staatssecretaris. Het cassatieberoep faalde daarom.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, maar dat gezien de aard van de opgelegde voorwaardelijke geldboete en de mate van termijnoverschrijding geen rechtsgevolgen aan deze overschrijding verbonden hoefden te worden.
De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.