ECLI:NL:HR:2010:BK6920
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs voor besturen motorrijtuig tijdens rijontzegging
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam waarin verdachte werd bewezenverklaard dat hij op twee momenten, 28 augustus 2005 en 4 juli 2006, een motorrijtuig bestuurde terwijl hem de bevoegdheid daartoe was ontzegd. De bewezenverklaring onder B betrof het feit van 4 juli 2006.
De bewijsvoering bestond uit onder meer schriftelijke bescheiden zoals vonnissen, processen-verbaal en kennisgevingen van ontzegging van rijbevoegdheid, alsmede verklaringen van verbalisanten die de verdachte op de genoemde data aantrafen terwijl hij een voertuig bestuurde. De verdediging stelde dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat verdachte wist van de ontzegging op de datum van het tweede feit.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de gebruikte bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte wist dat hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd op 4 juli 2006. Hierdoor was de bewezenverklaring onder B niet naar de eis der wet met redenen omkleed en diende het arrest van het hof in zoverre te worden vernietigd.
De zaak werd terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en beslissing over het onder B tenlastegelegde. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd voor het onder B bewezenverklaarde en de straf daarvoor, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.