ECLI:NL:HR:2010:BK6943
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring wegens onvoldoende bewijsmotivering omtrent diefstal kozijnen
Op 9 februari 2010 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een cassatiezaak tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch uit 2007. De zaak betrof de bewezenverklaring dat verdachte op 2 februari 2006 in het bezit was van een snorfiets en een aantal kozijnen, waarvan hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen.
De bewezenverklaring was gebaseerd op diverse bewijsmiddelen, waaronder een aangifte van diefstal van kozijnen door een bedrijf, het politieonderzoek waarbij de kozijnen bij verdachte werden aangetroffen, en de verklaring van verdachte zelf. Het hof had geoordeeld dat de aanwezigheid van stickers op de kozijnen aanleiding gaf tot de redelijke verdenking dat verdachte wist dat de kozijnen gestolen waren.
De Hoge Raad oordeelde echter dat uit de bewijsmiddelen niet voldoende volgt dat verdachte ten tijde van het voorhanden hebben van de kozijnen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen. De nadere motivering van het hof was niet zonder meer begrijpelijk. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de bewezenverklaring en de strafoplegging betrof en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
De overige middelen van cassatie werden verworpen en het beroep werd voor het overige afgewezen. De uitspraak werd gewezen door vice-president F.H. Koster en raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de bewezenverklaring en strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.