ECLI:NL:PHR:2014:650
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling schuldwitwassen wegens onvoldoende bewijs onderzoeksplicht verdachte
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd vrijgesproken van opzetheling maar veroordeeld voor schuldwitwassen. Het hof verklaarde de dagvaarding deels nietig wegens tegenstrijdige formuleringen omtrent opzet en redelijkerwijs vermoeden. Verdachte werd vrijgesproken van het opzettelijk voordeel trekken uit misdrijf, maar veroordeeld voor schuldwitwassen wegens het overdragen van contante geldbedragen waarvan hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze uit misdrijf afkomstig waren.
De advocaat-generaal stelde een middel van cassatie in tegen de nietigverklaring van de dagvaarding, maar dit werd door de Hoge Raad verworpen. Verdachte stelde een middel in tegen de veroordeling wegens schuldwitwassen. De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kon worden afgeleid dat verdachte in zijn onderzoeksplicht was tekortgeschoten in die mate dat sprake was van aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Verdachte had verklaard dat het geld afkomstig was van een sponsor en dat hij niet wist dat zijn vader, die het geld had overgedragen, geen legale inkomsten had. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het geld uit misdrijf afkomstig was.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde behandeling. Deze uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij bewezenverklaringen van schuldwitwassen en de strikte eisen aan de onderzoeksplicht van de verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug wegens onvoldoende bewijs van schuldwitwassen.