ECLI:NL:HR:2010:BK7021
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze zaak is het cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaren. De Hoge Raad heeft het beroep onderzocht en geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, zodat het beroep voor het overige wordt verworpen.
De Hoge Raad constateert dat meer dan twee jaren zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, hetgeen een overschrijding van de redelijke termijn inhoudt zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. Dit leidt tot ambtshalve vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zes jaren naar vijf jaren en negen maanden.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en wijzigt deze dienovereenkomstig. De overige onderdelen van het arrest blijven in stand. De beslissing is genomen door de vice-president als voorzitter en vier raadsheren, en uitgesproken op 25 mei 2010.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijf jaren en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.