ECLI:NL:HR:2010:BK8490
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad beoordeelt of de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, is overschreden in de cassatiefase.
De Hoge Raad constateert dat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en dat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot de conclusie dat de redelijke termijn is overschreden.
Als gevolg daarvan vermindert de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, tot 29 maanden met dezelfde voorwaardelijke periode en proeftijd. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de strafduur en bevestigt het overige oordeel van het hof. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 16 februari 2010.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 29 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk vanwege overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.