ECLI:NL:HR:2010:BK9141

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03736
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 81 RvArt. 398 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt formele rechtskracht van bestuursrechtelijk besluit over facturering preventieve toetsing

De zaak betreft een geschil tussen een lid van het openbaar lichaam NOvAA en de NOvAA zelf over de betaling van een factuur voor een periodieke preventieve toetsing. De eiser vorderde betaling van een bedrag van € 2.142,--, vermeerderd met rente en kosten, maar de kantonrechter wees deze vordering af.

Tegen dit vonnis stelde de eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad overwoog dat de factuur kwalificeert als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat dit besluit formele rechtskracht bezit volgens artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

De klachten van de eiser konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering, omdat zij niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten. De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde de eiser in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de formele rechtskracht van het bestuursrechtelijk besluit van NOvAA.

Uitspraak

19 februari 2010
Eerste Kamer
08/03736
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R. Menschaert,
t e g e n
de publiekrechtelijke beroepsorganisatie NEDERLANDSE ORDE VAN ACCOUNTANT-ADMINISTRATIECONSULENTEN,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en NOvAA.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 12 oktober 2007 NOvAA gedagvaard voor de kantonrechter in de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, NOvAA te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.142,--, met rente en kosten.
NOvAA heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 7 mei 2008 de vordering afgewezen.
Het vonnis van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Partijen zijn op de voet van art. 398 Rv Pro, aanhef en onder 2°, sprongcassatie overeengekomen. Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
NOvAA heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief, ingekomen op 20 januari 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NOvAA begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 19 februari 2010.