ECLI:NL:HR:2010:BL0010

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03656
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 7:661 BW
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering schadevergoeding wegens oneigenlijk gebruik tankpas

Eureka Uitzendbureau B.V. vorderde van [verweerder] c.s. vergoeding van schade van €4.054,94 wegens oneigenlijk gebruik van een tankpas die aan hen ter beschikking was gesteld. De rechtbank verwees de zaak naar de kantonrechter, die de vordering deels toewijst tot €3.383,50. Het gerechtshof vernietigde dit vonnis en wees de vordering geheel af.

Eureka stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van Eureka niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

Het arrest bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat Eureka geen aanspraak kan maken op vergoeding van de gevorderde schade wegens het oneigenlijk gebruik van de tankpas. Eureka wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die nihil worden begroot aan de zijde van [verweerder] c.s.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Eureka wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

5 maart 2010
Eerste Kamer
08/03656
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
EUREKA UITZENDBUREAU B.V.,
gevestigd te Bergen op Zoom,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te Dordrecht,
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Eureka en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eureka heeft bij exploot van 14 maart 2005 [verweerder] c.s. gedagvaard voor de rechtbank te Dordrecht en, voorzover in cassatie nog van belang, gevorderd, kort gezegd, [verweerder] c.s. te veroordelen de door Eureka geleden schade als gevolg van oneigenlijk gebruik van de door Eureka aan [verweerder] c.s. ter beschikking gestelde tankpas, zijnde € 4.054,94, met rente en kosten, te vergoeden.
[Verweerder] c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis van 20 juli 2005 een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 5 oktober 2005 de zaak naar de kantonrechter van de rechtbank verwezen. Na een tussenvonnis van 10 november 2005 heeft de kantonrechter bij eindvonnis van 13 juli 2006 [verweerder] c.s. veroordeeld tot betaling aan Eureka van een bedrag van € 3.383,50 met rente en kosten. Het meer of anders gevorderde heeft de kantonrechter afgewezen.
Tegen beide vonnissen van de kantonrechter hebben [verweerder] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 28 maart 2008 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van Eureka alsnog afgewezen. Het meer of anders gevorderde heeft het hof afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Eureka beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor Eureka toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van Eureka heeft bij brief van 29 januari 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Eureka in de kosten van het geding
in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 maart 2010.