ECLI:NL:HR:2010:BL1069
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat WIK-uitkering geen winst uit onderneming vormt voor arbeidskorting
Belanghebbende, een kunstenaar en ondernemer in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001, ontving in 2004 een uitkering uit hoofde van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WIK). De Inspecteur rekende deze uitkering niet tot de grondslag voor de arbeidskorting, omdat deze als inkomen uit vroegere dienstbetrekking werd aangemerkt. Belanghebbende stelde dat de WIK-uitkering wel tot de arbeidskortingsgrondslag moest worden gerekend.
De Rechtbank Haarlem en het Gerechtshof Amsterdam verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigden dat de WIK-uitkering niet tot de winst uit onderneming behoort. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de WIK-uitkering een algemene inkomensvoorziening is die bedoeld is om kunstenaars gedurende een beperkte periode bestaanszekerheid te bieden, en niet direct verbonden is met de feitelijke werkzaamheden binnen de onderneming.
De Hoge Raad verwierp het beroep van belanghebbende, waarbij werd opgemerkt dat het karakter van de WIK-uitkering verschilt van een startstipendium dat wel als winst uit onderneming kan worden aangemerkt. Er was geen voldoende zakelijk verband tussen de uitkering en de ondernemingsactiviteiten om de uitkering tot de arbeidskortingsgrondslag te rekenen. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt dat de WIK-uitkering niet tot de winst uit onderneming behoort voor de arbeidskorting.