ECLI:NL:HR:2010:BL2241
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Verzuim om binnen acht dagen na kennisname uitspraak hoger beroep in te stellen volgens art. 81 RO
In deze civiele zaak inzake insolventierecht heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoekster verworpen. Het geschil betreft de vraag of het verzuim om binnen acht dagen na kennisname van het arrest hoger beroep in te stellen, zoals vereist in artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, kan worden geaccepteerd.
De zaak kwam voort uit vonnissen van de rechtbank 's-Gravenhage en een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage. Verzoekster stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verzoekster niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren Hammerstein, Bakels en Asser en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 26 maart 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens verzuim om binnen acht dagen na kennisname van het arrest hoger beroep in te stellen.