ECLI:NL:HR:2010:BL4320
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake heffingsrente beschikking
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2006 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting en heffingsrente opgelegd. Na bezwaar werd de beschikking inzake heffingsrente gehandhaafd door de Inspecteur. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, het hof bevestigde deze uitspraak. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Het beroepschrift in cassatie bevatte echter niet de vereiste gronden van het beroep, noch werden deze binnen de gestelde termijn verstrekt. De Hoge Raad gaf belanghebbende de gelegenheid om dit verzuim te herstellen, maar dit gebeurde niet tijdig. Een te laat ingekomen faxbericht werd buiten beschouwing gelaten.
De Hoge Raad oordeelde dat er geen ambtshalve gronden waren om het vonnis van het hof te vernietigen en verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 21 mei 2010 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden van het beroep.