ECLI:NL:HR:2010:BL6678
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Correctie wettelijke verwijzing in strafoplegging mishandeling zoon
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor opzettelijke mishandeling van zijn zoon. Het hof had abusievelijk artikel 300 Sr Pro vermeld als toepasselijk wettelijk voorschrift, terwijl het artikel op het moment van het gepleegde feit nog in de oude versie van kracht was (art. 300 (oud) Sr).
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor zover het art. 300 Sr Pro vermeldt en herstelt dit in art. 300 (oud) Sr. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden doordat stukken te laat door het hof werden ingezonden, maar verbindt hieraan geen rechtsgevolgen gezien de geringe straf en de mate van overschrijding.
De Hoge Raad wijst erop dat het hof de strafoplegging had moeten baseren op de wettelijke situatie ten tijde van het feit, waarbij het strafmaximum lager was dan in de gewijzigde wet. De overige middelen van cassatie worden verworpen en het arrest wordt in zoverre verbeterd. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 11 mei 2010.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de wettelijke verwijzing en hersteld naar art. 300 (oud) Sr; het beroep wordt verder verworpen.