ECLI:NL:HR:2010:BL7040

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01118
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging schorsing omgangsrecht vader met kinderen voor bepaalde tijd

In deze zaak stond de vraag centraal of de omgangsregeling tussen de vader en zijn kinderen tijdelijk geschorst kon worden. De vader had beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem, waarin werd bepaald dat het omgangsrecht tijdelijk niet mocht worden uitgeoefend.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken en het toepasselijke recht, met name artikel 1:253a BW, dat bij gezamenlijke gezagsuitoefening de mogelijkheid biedt om het omgangsrecht tijdelijk te schorsen indien het belang van het kind dit vereist. De advocaat-generaal had geconcludeerd dat de schorsing voor de duur van een jaar vanaf 16 december 2008 gerechtvaardigd was.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de vader niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. Hiermee werd de beschikking van het gerechtshof bevestigd, waarmee de tijdelijke schorsing van het omgangsrecht werd gehandhaafd in het belang van het kind.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tijdelijke schorsing van het omgangsrecht van de vader.

Uitspraak

7 mei 2010
Eerste Kamer
09/01118
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 79759/FA RK 06-505 van de rechtbank Almelo van 11 juli 2007 en 6 augustus 2008,
b. de beschikking in de zaak 200.018.065 van het gerechtshof te Arnhem van 16 december 2008.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt ertoe dat de Hoge Raad verstaat dat de uitoefening van het recht op omgang van de vader met de kinderen is geschorst voor de duur van een jaar vanaf 16 december 2008, en de beschikking van het gerechtshof te Arnhem van 16 december 2008 in zoverre vernietigt.
De advocaat van de moeder heeft bij brief van 12 maart 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 7 mei 2010.