ECLI:NL:HR:2010:BL8772

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03737
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 240b SrArt. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak bezit kinderporno onder art. 240b Sr

Op 6 april 2010 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen in een strafzaak betreffende bezit van kinderporno, zoals omschreven in het oude artikel 240b Sr. Het beroep was ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 juli 2008. De raadsheren oordeelden dat de ingebrachte middelen geen gronden bevatten die tot cassatie konden leiden.

De advocaat van verdachte diende schriftelijke middelen in, waarop de Advocaat-Generaal Jörg concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad vond geen noodzaak tot nadere motivering, aangezien de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door vice-president F.H. Koster als voorzitter, met raadsheren W.M.E. Thomassen en M.A. Loth, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven. Hiermee werd het vonnis van het hof bekrachtigd en het cassatieberoep afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

6 april 2010
Strafkamer
nr. 08/03737
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 juli 2008, nummer 22/000473-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1 Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.E.M. Röttgering, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2 De raadsvrouwe heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster, als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 6 april 2010.