ECLI:NL:HR:2010:BL9596
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor schade door werkzaamheden van niet-ondergeschikten in bedrijfsuitoefening
In deze zaak gaat het om de aansprakelijkheid van eiseres 1 en haar vennoten ([eiser] c.s.) voor schade aan penen van Sijm Agro, veroorzaakt door foutief gebruik van het bestrijdingsmiddel Round-Up door een werknemer van een derde partij ([A]). De Hoge Raad bevestigt dat op grond van art. 6:171 BW Pro ook aansprakelijkheid bestaat voor fouten van niet-ondergeschikten die werkzaamheden verrichten ter uitoefening van het bedrijf van de opdrachtgever, mits sprake is van verwevenheid in de bedrijfsuitoefening.
De feiten betreffen een opdracht in 2003 om een perceel te bespuiten, waarbij de penen van Sijm Agro schade opliepen. Sijm Agro leverde de penen niet aan haar afnemer [B] vanwege gebreken. Sijm Agro stelde zowel [A] als [eiser] c.s. aansprakelijk. De rechtbank veroordeelde hen tot schadevergoeding, het hof beperkte de schadevergoeding op grond van een schadebeperkingsplicht van Sijm Agro.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht aansprakelijkheid toekent aan [eiser] c.s. op grond van art. 6:171 BW Pro, ook al was de fout van een niet-ondergeschikte. De Hoge Raad vernietigt echter het oordeel van het hof over de schadebeperkingsplicht, omdat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de schade moest worden berekend als verkoopprijs minus inkoopkosten. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom Sijm Agro niet elders kon inkopen en leveren aan [B].
Het arrest vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. De kosten van het cassatieproces worden deels gereserveerd en deels toegewezen aan Sijm Agro.
De uitspraak benadrukt de reikwijdte van art. 6:171 BW Pro en de noodzaak van een zorgvuldige motivering bij schadebeperkingsverplichtingen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.