ECLI:NL:HR:2010:BM0145
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken uitdrukkelijke instemming met afzien van hernieuwde getuigenoproeping
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te Amsterdam het onderzoek in hoger beroep geschorst om een getuige te horen die door de verdediging was verzocht. De getuige verscheen echter niet bij de zitting, waarna het hof besloot de zaak voort te zetten zonder de hernieuwde oproeping van deze getuige.
De verdediging heeft echter nooit uitdrukkelijk ingestemd met het afzien van deze hernieuwde oproeping, zoals vereist volgens artikel 288, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad oordeelt dat het hof op grond van artikel 287, derde lid, Sv verplicht was de getuige opnieuw op te roepen, tenzij het op grond van artikel 288, eerste lid, Sv met redenen omkleed kon afzien van deze oproeping. Een dergelijke beslissing ontbreekt in het arrest.
Dit verzuim leidt tot nietigheid van het arrest. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest voor zover het betrekking heeft op de tenlastelegging en strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing. Het overige beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van uitdrukkelijke instemming met het afzien van hernieuwde getuigenoproeping en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.