ECLI:NL:HR:2010:BM0419
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling volledige successierechten op Nederlandse vakantiewoning bij Duits huwelijksvermogensregime
De zaak betreft de verkrijging van een in Nederland gelegen vakantiewoning door de echtgenote van een Duitse erflater, die in Duitsland was gehuwd onder het regime van 'Zugewinngemeinschaft'. De woning werd door de erflater gekocht en viel bij zijn overlijden in de nalatenschap, die door de echtgenote werd aanvaard. De Inspecteur legde een aanslag in het recht van overgang op voor de volle waarde van de woning.
De echtgenote en haar erfgenamen stelden dat de aanslag verminderd moest worden tot de helft van de waarde, omdat volgens hen slechts dat deel was verkregen. Het hof stelde hen in het gelijk en verminderde de aanslag. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat de verkrijging van de woning krachtens erfrecht moet worden beoordeeld naar privaatrechtelijke maatstaven en dat de woning zonder aftrek van enige schuld in het recht van overgang moet worden betrokken. De Duitse verrekenverplichting speelde hierbij geen rol. Ook werd geoordeeld dat deze heffing geen inbreuk vormt op het vrije verkeer van kapitaal volgens het EG-recht. De uitspraak van het hof werd vernietigd en het beroep tegen de aanslag ongegrond verklaard.
Uitkomst: De aanslag in het recht van overgang over de volledige waarde van de Nederlandse vakantiewoning wordt bevestigd zonder aftrek van schulden.