ECLI:NL:RBHAA:2009:BH2378
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.A. de Hek
- A.P.M. van Rijn
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Betaling uit schikkingsovereenkomst aangemerkt als loon uit dienstbetrekking
Eiser was statutair directeur bij Q BV en hield een aanmerkelijk belang in Q BV en T BV. Na beëindiging van zijn dienstbetrekking in 2000 ontstonden geschillen die werden opgelost met een schikkingsovereenkomst in 2002. Deze overeenkomst voorzag in een lumpsumbetaling van €179.697 aan T BV, waarvan eiser aandeelhouder is.
Verweerder kwalificeerde deze betaling als loon uit dienstbetrekking en legde een navorderingsaanslag op. Eiser betwistte dit en stelde dat de betaling niet voortkwam uit de dienstbetrekking en bovendien aan T BV was gedaan, niet aan hem persoonlijk.
De rechtbank oordeelde dat voor de kwalificatie van loon niet beslissend is aan wie de betaling is gedaan of of de dienstbetrekking ten tijde van betaling was beëindigd. Het bedrag vloeit voort uit de vroegere dienstbetrekking en is een beëindigingsvergoeding voor gederfd loon. De stelling van eiser dat het een vermomde dividenduitkering zou zijn, werd onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De lumpsumbetaling van €179.697 wordt terecht als loon uit dienstbetrekking aangemerkt en het beroep wordt ongegrond verklaard.