ECLI:NL:HR:2010:BM0472
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat vaststellingsovereenkomst inkomenscorrecties in latere jaren niet belemmert
Belanghebbende, handelend in postzegels en enig aandeelhouder van een BV, had leningen bij deze BV die waren vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst uit 1997. Deze overeenkomst bepaalde onder meer dat bij een afwijkende schuld ultimo jaar dit als winstuitdeling werd aangemerkt.
De Inspecteur had voor de jaren 1998 en 2000 aanslagen opgelegd waarbij hij rekening hield met deze winstuitdelingen vanwege het niet voldoen aan de betalingsverplichtingen uit de overeenkomst. De Rechtbank vernietigde deze aanslagen, maar het Hof stelde de aanslagen voor 1998 en 2000 alsnog vast conform de Inspecteur.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de uitspraak over 1997 de Inspecteur zou beletten correcties voor latere jaren te maken en dat de ambtshalve vermindering van de aanslag 1997 een détournement de pouvoir was. De Hoge Raad verwierp deze gronden en oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst en eerdere uitspraken de Inspecteur niet binden voor latere jaren en dat de ambtshalve vermindering geen machtsmisbruik is.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen voor 1998 en 2000 blijven in stand.