ECLI:NL:HR:2010:BM0912
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging strafoplegging wegens onduidelijke strafverlaging bij overschrijding redelijke termijn en uitleg schadevergoedingsmaatregel
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van flessentrekkerij. Het hof had een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf opgelegd vanwege een overschrijding van de redelijke termijn, maar gaf onvoldoende aan in welke mate de straf was verlaagd wegens deze overschrijding. De Hoge Raad oordeelde dat dit een motiveringsgebrek is dat leidt tot vernietiging van de strafoplegging.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad de rechtsvraag omtrent de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Wetboek van Strafrecht. De Hoge Raad bevestigde dat deze maatregel een zelfstandige strafrechtelijke sanctie is die kan worden opgelegd indien de verdachte jegens het slachtoffer burgerlijk aansprakelijk is voor de schade, zonder dat de opeisbaarheid van de civiele vordering een vereiste is.
De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting van de strafoplegging, terwijl het cassatieberoep voor het overige werd verworpen. De uitspraak verduidelijkt de vereisten voor motivering bij strafverlaging wegens termijnoverschrijding en de zelfstandige aard van de schadevergoedingsmaatregel.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens onvoldoende motivering van strafverlaging bij overschrijding redelijke termijn en wijst de zaak terug naar het hof.