ECLI:NL:HR:2010:BM1676
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis en behandelplan
In deze zaak stond de voorlopige machtiging tot opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis centraal. De officier van justitie dient bij het verzoek om een voorlopige machtiging, naast een geneeskundige verklaring, ook een afschrift van de in artikel 37a van de Wet Bopz bedoelde aantekeningen en het behandelingsplan te overleggen. Dit is noodzakelijk voor een juiste beoordeling van het verzoek.
De Hoge Raad benadrukte dat geschillen over het behandelingsplan of over de wijze van behandeling in het ziekenhuis niet aan de orde zijn in de machtigingsprocedure zelf. Dergelijke geschillen kunnen niet in deze procedure worden beslecht.
Het cassatieberoep van betrokkene werd verworpen omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigde hiermee de juiste toepassing van de Wet Bopz in deze context.
De beschikking van de rechtbank Assen van 16 februari 2010, waarop het cassatieberoep betrekking had, werd daarmee in stand gelaten.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de beschikking tot voorlopige machtiging bleef in stand.