(ii) In de geneeskundige verklaring d.d. 5 februari 2015 wordt de vraag in rubriek 3, sub a: “op grond van welke symptomen, gedragingen en feiten oordeelt u dat betrokkene lijdt aan een stoornis van de geestvermogens?”, als volgt beantwoord:
“1. Betrokkene is bekend met een gedragsstoornis bij een borderline persoonlijkheidsstoornis.
2. Ze verwaarloosde haar woonomgeving, gaf overlast aan de buren en bedreigde haar buren.
3. Somatisch is er sprake van een infectie met HIV, waarbij zij in de prostitutie bleef werken.
4. Mijdt behandeling, inclusief voor de HIV.
(…)”
Als diagnose wordt vervolgens in rubriek 3, sub d (lees: c) een borderline persoonlijkheidsstoornis vermeld. De vraag in rubriek 3, sub d: “waarom oordeelt u dat de stoornis van de geestvermogens van betrokkene ook na verloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging aanwezig zal zijn?”, wordt aldus beantwoord:
“Borderline persoonlijkheidsstoornis is een chronische stoornis en is, evenmin als de gedragsstoornis, ondanks opname en behandeling niet verdwenen is.”
(iii) In de geneeskundige verklaring d.d. 5 februari 2015 wordt de vraag in rubriek 4, sub a: “op grond van welke gedragingen van betrokkene oordeelt u dat de stoornis van de geestvermogens een gevaar oplevert voor betrokkene zelf, voor anderen of voor de algemene veiligheid van personen of goederen?” als volgt beantwoord:
“Betrokkene verwaarloosde haar woonomgeving, gaf overlast aan de buren en bedreigde haar buren en bleef in de prostitutie werken ook zonder condoom, ondanks haar infectie met HIV. Mijdt behandeling. Slaat ook afdelingspersoneel als het haar niet zint.”
Blijkens rubriek 4, sub b bestaat het gevaar uit maatschappelijk ten onder gaan, ernstige zelfverwaarlozing en anderen infecteren met HIV.
(iv) In het zorgplan van 16 januari 2015 is op blz. 2 onder het kopje ‘1. Probleem-/Doelstelling/ Psychiatrie’ als problematiek van betrokkene opgenomen:
“ - Gedragsproblemen als boosheid, agressie, splitten, manipuleren vanuit persoonlijkheidsstoornis
- Angst en achterdocht bij borderline persoonlijkheidsstoornis; dan ook vaak boosheid en agressie
- Weinig ziekte-besef en inzicht
- (…)”
en op blz. 4 onder het kopje ‘3. Probleem/Doelstelling/ADH/HDL’:
“ - Mevrouw heeft de neiging zichzelf te verwaarlozen wanneer zij geen begeleiding krijgt tijdens de basiszorg.”
en op blz. 5 onder het kopje ‘5. Probleem-/Doelstelling/Communicatie’:
“- Mw. kan op agressieve, boze toon met anderen (medewerkers, patiënten) communiceren, dit kan boosheid en/of ruzies uitlokken. Mogelijk speelt angst hierbij een rol.”
“Mw. accepteert medicatie, weigert verder alle vormen van behandeling (fysiotherapie mbt oefenen met lopen met rollator, lichamelijk onderzoek, gedraagt zich agressief bij specialisten in ziekenhuis; mag al niet meer bij pijnpoli en uroloog komen wanneer ze zich niet anders gedraagt). Mw. is zeer dwingend in het vragen van bepaalde medicatie (pijnmedicatie/ antibiotica) en probeert deze middelen af te dwingen. Op de afdeling weert mw. contact af met medebewoners en medewerkers. Uit zich vaak boos en verbaal agressief, vooral als zij het idee heeft dat er iets van haar verlangd wordt. Dit maakt het omgaan met haar en het toewerken naar meer zelfstandigheid heel moeilijk.
Psychiatrisch lijkt mw. vooral te lijden onder angst, mogelijk versterkt door haar borderline persoonlijkheidsstoornis.
Om bovenstaande redenen lijkt het eventueel terugkeren naar eigen huis nog erg ver weg te liggen.”
(vi) Blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 26 maart 2015 heeft Hollaar herhaald dat ze zich niet kan voorstellen dat betrokkene zal kunnen functioneren in een eigen woning, doch dat een beschermde woning van Parnassia wel tot de mogelijkheden behoort. Betrokkene heeft aangegeven dat het niet klopt dat ze een beschermde woning wil.