ECLI:NL:HR:2010:BM1736

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04640
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 288 lid onder b Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak hebben verzoekers cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen. De rechtbank Rotterdam had eerder vonnissen gewezen in deze zaken. De Hoge Raad verwijst naar deze eerdere beslissingen en het arrest van het hof dat aan het arrest is gehecht.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen, is geen nadere motivering gegeven.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd. Hiermee is het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling definitief afgewezen.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

18 juni 2010
Eerste Kamer
09/04640
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. A. Ramsoedh.
Verzoekers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaken 331374/FT-EA 09.584 en 331375/FT-EA 09.585 van de rechtbank Rotterdam van 7 september 2009,
b. het arrest in de zaken 200.042.474/01 en 200.042.471/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 november 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 3 mei 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 18 juni 2010.