ECLI:NL:HR:2010:BM2483
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafrechtelijke aansprakelijkheid voor openbaar maken beledigende swastikavlag
De zaak betreft een verdachte die tussen mei 2003 en februari 2005 in zijn woning een vlag met een hakenkruis/swastika ophing, zichtbaar vanaf de openbare weg. Hij werd veroordeeld wegens het openbaar maken van een uitlating die beledigend is voor personen van het Joodse ras/geloof, in strijd met art. 137e, eerste lid, aanhef en onder 1° van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof oordeelde dat het ophangen van de vlag in de hal van de woning, direct achter de voordeur en zichtbaar vanaf de openbare weg, kwalificeert als openbaar maken. De verdachte voerde aan dat het binnen ophangen van de vlag geen openbaar maken opleverde, maar dit werd verworpen omdat zichtbaarheid voor het publiek vanaf de openbare weg beslissend is.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwierp het cassatieberoep. Tevens constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn, doch vond dit gezien de opgelegde straf geen aanleiding tot rechtsgevolgen.
De Hoge Raad wees het beroep af en handhaafde de strafrechtelijke veroordeling voor het beledigen van een groep mensen door het openbaar maken van een swastikavlag.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor het openbaar maken van een beledigende swastikavlag.