Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Ik ben van mening dat die opvatting geen steun vindt in het recht en wel om de volgende redenen.
den persoon[onderstr. AG] of de personen voor wie de bedreigde dat verborgen wilde houden, bekend wordt.”
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf wegens afdreiging, omdat hij de aangever bedreigde met het bekendmaken aan diens echtgenote dat hij een prostituee wilde bezoeken, tenzij de aangever een geldbedrag betaalde.
In cassatie stonden twee vragen centraal: of het dreigen met openbaring van een geheim aan slechts één persoon onder art. 318 Sr Pro valt, en of het hof ten onrechte het verweer inzake de onbetrouwbaarheid van de aangever heeft verworpen. De verdediging stelde dat openbaren slechts het ter algemene kennis brengen betreft en dat de verklaringen van de aangever onvoldoende betrouwbaar waren.
De Procureur-Generaal concludeerde dat openbaren in art. 318 Sr Pro ook het bekendmaken aan één persoon kan omvatten, en dat het hof de juiste maatstaf heeft toegepast. Ook was het oordeel over de betrouwbaarheid van de aangever niet onbegrijpelijk, mede gelet op aanvullend bewijs zoals telefoongegevens en de vondst van een telefoon met relevante berichten.
De Hoge Raad volgde deze conclusie en verwierp het cassatieberoep. Hiermee werd bevestigd dat bedreiging met openbaring van een geheim aan één persoon strafbaar is als afdreiging en dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld over de betrouwbaarheid van het bewijs.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens afdreiging blijft in stand.