ECLI:NL:HR:2010:BM4991
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en beslissing op verweer dagvaarding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarbij verdachte werd veroordeeld voor het overhandigen en gebruiken van een vals Portugees paspoort. Het verweer dat de dagvaarding nietig zou zijn wegens overlap in de tenlastelegging werd door het hof verworpen, maar het verkorte arrest bevatte geen gemotiveerde beslissing hierover. De Hoge Raad oordeelt dat dit verzuim niet tot cassatie leidt omdat het verweer geen nietigheid van de dagvaarding oplevert.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase is overschreden doordat stukken te laat werden ingediend. Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met drie maanden en drie weken.
De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en vermindert deze, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen. Hiermee wordt de rechtspraak over motivering van beslissingen op verweren en de toepassing van de redelijke termijn bevestigd.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd met drie maanden en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep wordt verder verworpen.