ECLI:NL:HR:2010:BM5247
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering taakstraf wegens bezit van valse Duitse identiteitskaarten als reisdocumenten
De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens het bezit van valse Duitse identiteitskaarten, die als reisdocumenten in de zin van artikel 231 Sr Pro werden aangemerkt. Het hof oordeelde dat deze documenten, ondanks dat de Paspoortwet alleen Nederlandse identiteitsbewijzen noemt, als reisdocumenten gelden vanwege hun functie en de wetsgeschiedenis.
De verdachte stelde in cassatie dat de documenten niet als reisdocumenten konden worden aangemerkt, maar dit middel werd verworpen omdat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven. De Hoge Raad bevestigde dat het oordeel van het hof juist was en geen nadere motivering behoefde.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor de opgelegde taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis werden verminderd. Het aantal taakstraffen werd teruggebracht tot 180 uur en de vervangende hechtenis tot 90 dagen.
Het beroep werd voor het overige verworpen en het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 6 juli 2010.
Uitkomst: Taakstraf verminderd tot 180 uur en vervangende hechtenis tot 90 dagen wegens overschrijding redelijke termijn.