Conclusie
1.Inleiding
2.Bespreking van het middel
identiteitskaartin de door het hof geciteerde, en hiervoor eveneens aangehaalde, parlementaire geschiedenis niet als zodanig wordt genoemd. Die omstandigheid brengt echter niet automatisch met zich mee dat er in de onderhavige zaak ‘dus’ geen sprake kan zijn van een “reisdocument” als bedoeld in art. 231 Sr Pro, en wel om de volgende redenen.