ECLI:NL:HR:2010:BM5545
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens persoonsverwisseling in poging tot oplichting
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een definitief vonnis van de Politierechter te 's-Gravenhage, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor medeplegen van poging tot oplichting tot vijf weken gevangenisstraf.
De aanvrager stelde dat er sprake was van persoonsverwisseling, hetgeen een grond voor herziening zou kunnen zijn op grond van artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering. De Advocaat-Generaal concludeerde echter dat de aangevoerde omstandigheden niet als zodanig konden worden aangemerkt.
De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat de aanvrage ongegrond was. Op basis van artikel 468 van Pro het Wetboek van Strafvordering wees de Hoge Raad het verzoek tot herziening af. Hiermee bleef het oorspronkelijke vonnis in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens onvoldoende bewijs van persoonsverwisseling.