ECLI:NL:HR:2010:BM6176
Hoge Raad
- Cassatie
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering ontnemingsbedrag in cassatiezaak over wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze cassatiezaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, ingesteld tegen betrokkene. De betrokkene stelde een middel van cassatie voor, waarbij de Advocaat-Generaal concludeerde tot vermindering van het ontnemingsbedrag en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de hoogte van het opgelegde bedrag ter ontneming en stelde het bedrag vast op €1.170.000,-. Het beroep werd voor het overige verworpen. De Hoge Raad overwoog dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot vermindering van de betalingsverplichting.
De Hoge Raad gaf aan dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen andere gronden voor ambtshalve vernietiging aanwezig waren. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 13 juli 2010.
Uitkomst: Het ontnemingsbedrag wordt verminderd tot €1.170.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep wordt voor het overige verworpen.