ECLI:NL:HR:2010:BM6176

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00038 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • B.C. de Savornin Lohman
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering ontnemingsbedrag in cassatiezaak over wederrechtelijk verkregen voordeel

In deze cassatiezaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, ingesteld tegen betrokkene. De betrokkene stelde een middel van cassatie voor, waarbij de Advocaat-Generaal concludeerde tot vermindering van het ontnemingsbedrag en verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de hoogte van het opgelegde bedrag ter ontneming en stelde het bedrag vast op €1.170.000,-. Het beroep werd voor het overige verworpen. De Hoge Raad overwoog dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot vermindering van de betalingsverplichting.

De Hoge Raad gaf aan dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen andere gronden voor ambtshalve vernietiging aanwezig waren. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 13 juli 2010.

Uitkomst: Het ontnemingsbedrag wordt verminderd tot €1.170.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep wordt voor het overige verworpen.

Uitspraak

13 juli 2010
Strafkamer
nr. 09/00038 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 april 2008, nummer 20/002944-06, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. D.V.A. Brouwer, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vermindering van het ontnemingsbedrag en tot verwerping van het beroep voor het overige.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting van € 1.175.003,66.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van het opgelegde bedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 1.170.000,- bedraagt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 13 juli 2010.