ECLI:NL:HR:2010:BM6804
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in zedenzaak met jeugdige slachtoffers
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 29 juni 2010 het cassatieberoep van de verdachte verworpen. Het betrof een strafzaak over seksueel misbruik waarbij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch eerder een arrest had gewezen. De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd.
De raadsman van de verdachte had middelen van cassatie ingediend, waarop de Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat er geen rechtsvragen waren die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president van de Hoge Raad als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier. De zaak betrof onder meer de toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering en de problematiek rond het horen van jeugdige slachtoffers in zedenzaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.