ECLI:NL:HR:2010:BM6804

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01461
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zedenzaak met jeugdige slachtoffers

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 29 juni 2010 het cassatieberoep van de verdachte verworpen. Het betrof een strafzaak over seksueel misbruik waarbij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch eerder een arrest had gewezen. De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd.

De raadsman van de verdachte had middelen van cassatie ingediend, waarop de Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat er geen rechtsvragen waren die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door de vice-president van de Hoge Raad als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier. De zaak betrof onder meer de toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering en de problematiek rond het horen van jeugdige slachtoffers in zedenzaken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

29 juni 2010
Strafkamer
nr. 09/01461
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 20 februari 2009, nummer 20/001936-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Zuid-West, locatie Dordtse Poorten" te Dordrecht.
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.B. Schmidt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 29 juni 2010.