ECLI:NL:HR:2010:BM7043
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Uitleg overeenkomst en toepassing van de Haviltex-formule bij optierecht en voorkeursrecht
In deze zaak stond de uitleg van een overeenkomst centraal, waarbij de Haviltex-formule werd toegepast om de bedoeling van partijen te bepalen. Het geschil betrof de uitleg van een optierecht en een voorkeursrecht binnen de contractuele relatie tussen partijen.
De zaak werd behandeld door de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam, waarna cassatie werd ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen en het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van verweerders niet behandeld vanwege het ontbreken van een geslaagd middel.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten in het cassatieberoep niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De kosten van het cassatieproces werden aan eiser opgelegd.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.