ECLI:NL:PHR:2010:BM7357
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt navordering inkomstenbelasting film-CV's wegens nieuw feit kasrondje en ambtelijk verzuim
Belanghebbende participeerde in besloten commanditaire vennootschappen (CV's) gericht op filmproductie, waarbij fiscale faciliteiten zoals willekeurige afschrijving en investeringsaftrek werden geclaimd. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op na ontdekking van zogenaamde License Agreements waaruit bleek dat de films niet door de CV's zelf werden voortgebracht of geëxploiteerd, maar dat sprake was van een kasrondje waarbij rechten en geldstromen via Amerikaanse productiebedrijven liepen.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de inspecteur bij het opleggen van de primitieve aanslag een ambtelijk verzuim had begaan door niet voldoende onderzoek te doen naar de feitelijke exploitatie en ondernemerschap van de CV's. Desondanks werd de navorderingsaanslag gegrond verklaard omdat de ontvangst van de License Agreements een nieuw feit vormde dat navordering rechtvaardigde.
De Hoge Raad bevestigt dat de ontdekking van het kasrondje en de inhoud van de License Agreements een nieuw feit oplevert dat navordering rechtvaardigt, ook al was de inspecteur eerder al op de hoogte van feiten die aanleiding hadden moeten zijn tot nader onderzoek. Tevens wordt erkend dat het nalaten van dat onderzoek een ambtelijk verzuim is, maar dit staat navordering niet in de weg. Het vertrouwensbeginsel wordt besproken, waarbij wordt gesteld dat gerechtvaardigd vertrouwen niet kan worden ontleend aan wetgeving in voorbereiding of aan uitlatingen van wetgevers.
De zaak illustreert de strenge toetsing van fiscale faciliteiten bij film-CV's en benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij de inspecteur. De uitspraak bevestigt dat navordering mogelijk is bij nieuwe feiten die niet eerder bekend waren, ook als er sprake is van ambtelijk verzuim bij de inspecteur.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd wegens een nieuw feit en erkent het ambtelijk verzuim zonder dat dit navordering verhindert.