ECLI:NL:HR:2010:BM7679
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Immuniteit van beslag op ambtswoning van ambassadeur volgens Verdrag van Wenen
In deze zaak verzocht Llanos Oil Exploration Ltd. om conservatoir beslag te leggen op twee onroerende zaken te Wassenaar, die eigendom zijn van de Republiek Colombia en in gebruik zijn als ambtswoning van de Colombiaanse ambassadeur in Nederland. De voorzieningenrechter en het gerechtshof wezen dit verzoek af op grond van immuniteit van de ambtswoning.
De Hoge Raad bevestigde dat op grond van artikel 22 lid Pro 3, artikel 1 aanhef Pro en onder i, en artikel 30 van Pro het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961, de ambtswoning van een ambassadeur niet vatbaar is voor beslag. Dit geldt ook ongeacht of het functioneren van de diplomatieke missie door het beslag wordt bedreigd.
De Hoge Raad baseerde zich op de tekst van het verdrag, de context en het doel van het verdrag, en het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. Tevens werd gewezen op de literatuur en jurisprudentie, waaronder een Duitse uitspraak, die bevestigen dat geen uitzonderingen worden toegelaten op deze immuniteit.
Het beroep van Llanos Oil werd verworpen en zij werden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd de uitspraak van het hof bekrachtigd dat het conservatoir beslag op de ambtswoning niet mogelijk is.
Uitkomst: Het beroep van Llanos Oil wordt verworpen en het conservatoir beslag op de ambtswoning van de ambassadeur is niet toegestaan.