ECLI:NL:HR:2010:BM9128
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en geeft geen nadere motivering omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.
De Hoge Raad constateert dat meer dan twee jaren zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden. Dit leidt tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van drie jaren met twee jaar en elf maanden.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze tot twee jaar en elf maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer op 28 september 2010.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot twee jaar en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.