ECLI:NL:HR:2010:BM9611
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping cassatie tegen vervroegde onteigening en overnemingsplicht
In deze zaak stond de vraag centraal of bij vervroegde onteigening van een gedeelte van een perceel de onteigenende partij verplicht is het overblijvende gedeelte over te nemen op grond van artikel 38 van Pro de Onteigeningswet. De rechtbank Almelo had eerder geoordeeld en het vonnis is aan het arrest gehecht.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen dit vonnis, waarbij de Gemeente Enschede zich als verweerder opstelde en verzocht tot verwerping van het beroep. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep ongegrond te verklaren.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Oven, Van Schendel en in het openbaar uitgesproken door Bakels op 24 september 2010. De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.