2.2.1. Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank bevestigd. De Rechtbank heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
"hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2006 tot en met 26 maart 2007, te Amsterdam, althans in Nederland en/of Nigeria, tezamen en in vereniging met [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en/of een ander of anderen, telkens met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [betrokkene 3] heeft bewogen tot de afgifte van 9.750,- US Dollars, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid
- zich voorgedaan als [A] en diens advocaat, genaamd [B], en [C] en [D] en in die valse hoedanigheden:
- aan die [betrokkene 3] een e-mail gezonden, met als afzender [A], inhoudende dat [A] terminaal ziek was en binnenkort zou overlijden en 10.000.000 US Dollars zou nalaten en hij daarvoor een persoon zocht die dit geldbedrag zou willen beheren en dat deze persoon daarvoor een bedrag van 30 procent van het totale geldbedrag als beloning zou ontvangen en
- [betrokkene 3] ge-e-maild dat voor de opslag van het geld een geldbedrag zou moeten worden betaald en [betrokkene 3] een aantal documenten toegestuurd, onder meer een "change of beneficiary certificate" en een "certificate of deposit" en
- die [betrokkene 3] uitgenodigd om naar Nederland af te reizen en zich daarbij telkens voorgedaan als [D] en
- nadat [betrokkene 3] telefonisch had doorgegeven dat hij aangekomen was in Nederland, vervolgens [betrokkene 3] per auto vanuit zijn hotel naar een kantoorpand van [E] aan de [a-straat 1] te Amsterdam geleid en
- [betrokkene 3] voorgesteld aan een persoon die zich uitgaf als [D] en aan een of meer ander(e) personen en
- aan [betrokkene 3] gevraagd of hij diens paspoort en de documenten bij zich had waaruit zou blijken dat [A] de opdracht aan hem had gegund en
- aan [betrokkene 3] een koffer getoond die gevuld was met valse Amerikaanse dollars en [betrokkene 3] voorgehouden dat dit geld naar de bank zou worden gebracht teneinde op de bankrekening van [betrokkene 3] te worden gestort en
- [betrokkene 3] verzocht om 9.750 US dollars te betalen voor de kosten die verbonden waren aan het bewaren van het getoonde geld en
- [betrokkene 3] een kwitantie overhandigd met het verzoek deze te ondertekenen,
waardoor die [betrokkene 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte."