Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de behandeling van de gehele strafzaak tegen de verdachte niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro, aangezien het hof niet binnen twee jaren na het instellen van het appel het eindarrest heeft gewezen.
tweede middelbevat de klacht dat het hof in zijn arrest zonder opgave van bijzondere redenen die daartoe hebben geleid is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging betreffende de onbetrouwbaarheid van een getuigenverklaring.
derde middelbehelst de klacht dat het hof in zijn arrest zonder opgave van bijzondere redenen die daartoe hebben geleid is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging betreffende de “unus testis-regel”.