ECLI:NL:HR:2010:BN0036
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De klacht dat een verklaring van een betrokkene als bewijs ontbrak in de stukken, werd verworpen omdat de raadsman geen verzoek tot aanvulling binnen de gestelde termijn had ingediend.
De overige middelen van cassatie werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, aangezien deze niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, omdat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Daarom besloot de Hoge Raad ambtshalve de opgelegde gevangenisstraf van tien jaar te verminderen tot negen jaar en acht maanden. Het arrest van het hof werd verder bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 16 november 2010.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot negen jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.