ECLI:NL:PHR:2010:BN0036
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring medeplegen uitvoer verdovende middelen naar Zwitserland
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte medepleger was bij het transport van circa 949 gram heroïne, 154 gram cocaïne en 1.774 gram MDMA naar Zwitserland op of omstreeks 10 oktober 2005. Het hof Amsterdam had verdachte veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens onder meer medeplegen van het handelen in strijd met de Opiumwet en deelname aan een criminele organisatie.
De verdediging voerde onder meer aan dat er onvoldoende bewijs was voor de betrokkenheid van verdachte bij het transport en dat getuigenverklaringen onvoldoende betrouwbaar waren. Verzoeken om getuigen te horen over de inhoud van bepaalde telefoongesprekken werden door het hof afgewezen wegens gebrek aan noodzaak. De Hoge Raad oordeelde dat deze afwijzingen niet onbegrijpelijk waren en dat het hof terecht de maatstaf van artikel 418 lid 3 Sv Pro had toegepast.
Het hof baseerde de bewezenverklaring op een combinatie van tapgesprekken, verklaringen van getuigen en gedragingen van verdachte na de aanhouding van een medeverdachte. Ook werd een verklaring van een ex-vriendin van een medeverdachte betrokken, waarin werd gesteld dat deze medeverdachte gestuurd was en grote schulden had bij verdachte. De Hoge Raad vond dat het hof voldoende en overtuigend bewijs had voor de bewezenverklaring en dat de motivering van het hof niet tekort schoot.
Klachten over het gebruik van verklaringen die meningen of gissingen bevatten, en over het gebruik van verklaringen van medeverdachten in eigen zaken, werden verworpen. Hoewel een verklaring van een medeverdachte niet in de stukken van deze zaak was opgenomen, stond dit het oordeel van het hof niet in de weg gezien het overige bewijs. Ook het verzoek om een tolk als deskundige te horen werd terecht afgewezen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof Amsterdam.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot tien jaar gevangenisstraf voor medeplegen van uitvoer van verdovende middelen en deelname aan een criminele organisatie.