ECLI:NL:HR:2010:BN0517
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken motivering bewijsafwijking verklaringen getuige
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor meerdere diefstallen en geweldsdelicten gepleegd in 2007 en 2008. De bewezenverklaring berustte mede op verklaringen van een belangrijke getuige, [betrokkene 1], die volgens de verdediging onbetrouwbaar was vanwege persoonlijke motieven en tegenstrijdigheden.
De verdediging stelde dat het hof in strijd met artikel 359, tweede lid, Sv niet de vereiste motivering had gegeven waarom het was afgeweken van het uitdrukkelijk en onderbouwd betoog dat de verklaringen van deze getuige niet bruikbaar waren als bewijs. Dit verzuim leidt volgens artikel 359, achtste lid, Sv tot nietigheid van het arrest voor de feiten 2 tot en met 5.
De Hoge Raad oordeelt dat het standpunt van de verdediging duidelijk en ondubbelzinnig was en dat het hof onterecht zonder nadere motivering de verklaringen van de getuige tot bewijs heeft gerekend. Voor feit 6 faalt het middel omdat het hof die verklaringen niet voor bewijs gebruikte. De Hoge Raad vernietigt het arrest voor de feiten 2 tot en met 5 en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de feiten 2 tot en met 5 wegens ontbreken van motivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.