ECLI:NL:HR:2010:BN1259
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige machtiging tot opname in psychiatrisch ziekenhuis
De officier van justitie verzocht om een voorlopige machtiging tot opname en verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank Rotterdam wees dit verzoek af omdat niet was vastgesteld dat het gevaar dat betrokkene voor zichzelf of anderen vormt, uitsluitend door opname in een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. Ook was niet vastgesteld dat betrokkene niet gehoord wilde worden.
De rechtbank baseerde haar oordeel mede op de mededeling van de behandelend arts dat betrokkene elk contact met hulpverleners vermijdt, waardoor ambulante behandeling bemoeilijkt wordt, maar dat er geen acuut gevaar bestaat. De rechtbank vond dat het gevaar niet noodzakelijkerwijs alleen door opname kon worden afgewend.
De officier van justitie stelde in cassatie dat deze motivering onvoldoende was, mede gezien de geneeskundige verklaring waarin stond dat ambulante begeleiding niet werkte en betrokkene niet vrijwillig meewerkt. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank haar oordeel voldoende inzichtelijk had gemotiveerd en dat dit oordeel in cassatie niet op juistheid kan worden onderzocht.
De Hoge Raad voegde hieraan toe dat in gevallen waarin betrokkene elk contact met hulpverleners vermijdt, geen zwaardere motiveringseisen aan een afwijzende beslissing hoeven te worden gesteld dan in andere gevallen. Het beroep van de officier van justitie werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis is afgewezen.